Hoofdlijnen belastingplannen 2016

Geen Reacties »

Hieronder informeren wij u over de hoofdlijnen van de belastingplannen voor 2016. Heeft u naar aanleiding hiervan vragen, neem gerust contact met ons op.

Hernieuwde verhoogde schenkingsvrijstelling voor de eigen woning

In 2017 komt er een schenkingsvrijstelling van € 100.000 voor het kopen van een woning of de aflossing van een hypotheek. Het betreft een structurele verhoging van de bestaande eenmalige verhoogde schenkingsvrijstelling voor de eigen woning van € 53.016 (in 2016). Voorwaarde is dat de ontvanger 18 jaar of ouder is maar jonger dan 40 jaar. Hij/zij hoeft echter geen kind te zijn van de schenker.

Let op!

Tussen oktober 2013 en 1 januari 2015 werd deze vrijstelling tijdelijk ingevoerd om de woningmarkt te stimuleren. De hoofdregel is ook nu dat de verkrijger per schenker eenmaal in zijn leven kan gebruikmaken van één van de regelingen. In 2013 en 2014 kon u eerdere schenkingen voor de eigen woning aanvullen tot de voor die jaren geldende verhoogde vrijstelling van € 100.000. Dat is ook mogelijk met de permanent verhoogde vrijstelling. Maakt u in 2015 en 2016 gebruik van de voor die jaren geldende verhoogde schenkingsvrijstelling voor de eigen woning van € 53.016 (bedrag 2016), dan komt die schenking in mindering op de vrijstelling van € 100.000.

Minder kosten voor kinderopvang

Alle ouders die kinderopvangtoeslag ontvangen, gaan minder betalen voor de kinderopvang. De verhoging wordt vormgegeven door het tegemoetkomingspercentage voor de kosten van kinderopvang voor het eerste kind en voor het tweede kind (en volgende kind(eren)) te verhogen met 5,8%. Dit betekent voor ouders met een toetsingsinkomen van minder dan € 18.177 dat zij 93% van de kinderopvangkosten voor het eerste kind en 94% voor het tweede (en volgende kind(eren)) niet zelf hoeven te betalen. Voor ouders met een toetsingsinkomen van € 107.115 en hoger is het minimale tegemoetkomingspercentage voor het eerste kind verhoogd van 18% naar 23,8%.

Maximum uurprijzen kinderopvang vanaf 2016

In 2016 stijgen de maximale uurprijzen waarvoor kinderopvangtoeslag kan worden gekregen. De maximale uurprijs voor dagopvang wordt € 6,89 (in 2015: € 6,84), voor buitenschoolse opvang € 6,42 (in 2015: € 6,38) en voor gastouderopvang € 5,52 (in 2015: € 5,48). Per kind kunt u maximaal 230 uur per maand kinderopvangtoeslag verkrijgen.

Tip!

Zorg dat u de kinderopvangtoeslag tijdig aanvraagt. U kunt de toeslag aanvragen voor de kinderopvangkosten die zijn gemaakt vanaf 3 maanden vóór de datum van de aanvraag.

Einde VAR per 1 januari 2016 – nu al overeenkomsten voorleggen?

De Verklaring arbeidsrelatie (VAR) verdwijnt zeer waarschijnlijk per 1 januari 2016. De Tweede Kamer is hiermee al akkoord gegaan. Als ook de Eerste Kamer akkoord gaat, wordt  de arbeidsrelatie tussen opdrachtgevers en opdrachtnemers vanaf volgend jaar bepaald door een systeem van modelovereenkomsten.

Opdrachtgevers en zzp’ers kunnen hun overeenkomsten aan de Belastingdienst voorleggen om te laten beoordelen of er sprake is van een dienstbetrekking. Als de opdrachtgever en zzp’er daadwerkelijk werken volgens de overeenkomst, is de opdrachtgever gevrijwaard van naheffing van loonheffingen. Goedgekeurde overeenkomsten komen beschikbaar op de site van de Belastingdienst. Omdat de Belastingdienst veel aanvragen verwacht, kunt u nu al overeenkomsten voorleggen. Overeenkomsten met toelichting kunt u mailen naar:alternatiefvar@belastingdienst.nl.

Als u een overeenkomst ter beoordeling naar de Belastingdienst stuurt, moet u naast enkele algemene gegevens ook het volgende aangeven:

  1. of de overeenkomst voor 1 opdrachtgever of meer opdrachtgevers is bedoeld;
  2. een volledig overzicht van alle afspraken;
  3. wat de werkzaamheden zijn en onder welke omstandigheden de opdrachtnemer de werkzaamheden uitvoert;
  4. of de overeenkomst door bemiddelingtot stand is gekomen;
  5. welke specifieke regelgeving of certificeringseisen gelden;
  6. eventuele richtlijnen of algemene voorwaarden.
Tip!

Voordat u uw overeenkomst voorlegt, moet u eerst zelf (laten) beoordelen of er sprake is van een dienstbetrekking en of het nodig is om de overeenkomst voor te leggen. Vooral de punten 2, 3 en 4 zijn lastig te beoordelen. Welke overeenkomst kiest u? Om welke afspraken en omstandigheden gaat het? Wat is het onderscheid tussen bemiddeling en uitzenden? Wanneer is er sprake van een gezagsverhouding? U kunt hiervoor de ‘Beleidsregels beoordeling dienstbetrekking’ raadplegen. Let wel op: deze beleidsregels zijn niet uitputtend en beslissend. Vaak is er het nodige tegenin te brengen. We raden u daarom aan om voor de beoordeling van uw overeenkomst een deskundige in te schakelen.

Bijtellingscategorieën auto van de zaak in 2016 aangescherpt

Rijdt u in een zuinige (bestel)auto van de zaak? In dat geval heeft u een bijtelling wegens het privégebruik van 0%, 4%, 7%, 14% of 20%, afhankelijk van de CO2-uitstoot van uw (bestel)auto. Dat blijft zo tot 2016. Het kabinet heeft in de Autobrief 2.0 onder meer de wijzigingen uiteengezet voor de bijtelling wegens privégebruik van de auto van de zaak. Kort samengevat komen die erop neer dat alleen de nul-emissieauto in de toekomst nog fiscaal  wordt gestimuleerd.

De nul-emissieauto van de zaak

De bijtelling voor het privégebruik van de nul-emissieauto van de zaak blijft 4% tot en met 2018. Vanaf 2019 wordt het bijtellingspercentage voor de nul-emissieauto met een catalogusprijs van € 50.000 of meer 22%, tenzij de auto uitsluitend op waterstof rijdt. Dit hogere percentage is van toepassing op het meerdere boven € 50.000. Een voorbeeld ter verduidelijking:

De bijtelling voor een nieuwe elektrische auto van bijvoorbeeld € 80.000 bedraagt vanaf 2019 € 8.600, namelijk 4% bijtelling over € 50.000  is € 2.000 plus 22% over € 30.000 is € 6.600. Dit is 10,75% van de cataloguswaarde.

De hybride auto van de zaak

De fiscale stimulering van de hybride auto wordt stapsgewijs afgebouwd. In 2016 wordt het bijtellingspercentage verhoogd naar 15%, in 2017 naar 17% en in 2018 naar 19%. Vanaf 2019 geldt voor deze auto hetzelfde bijtellingspercentage als voor alle andere auto’s van de zaak, namelijk 22%.

De zuinige auto van de zaak

De zuinige auto’s die nu nog een bijtellingpercentage hebben van 20% gaan in 2016 naar 21% en vanaf 2017 naar 22%. De auto’s die nu een bijtelling hebben van 25% gaan in 2017 naar 22%. Maar rijdt u al in een auto met een bijtelling van 25% en heeft u die voor 2017 niet vervangen, dan kan het zijn dat het bijtellingspercentage 25% geldt tot aan het einde van de gebruikelijke leasetermijn (60 maanden). De overgangsregeling (zie hierna) zou dan in uw nadeel werken. Het is nu nog niet helemaal duidelijk of dat wel de bedoeling is.

Overgangsregeling

De voornemens van het kabinet worden in het najaar opgenomen in een wetsvoorstel. Daarin wordt ook een overgangsregeling getroffen. Die houdt in dat het bijtellingspercentage dat geldt op het moment van de eerste tenaamstelling van het kenteken van de auto blijft gelden voor de periode gelijk aan de gebruikelijke leasetermijn (60 maanden).

Verruiming premiekorting voor aannemen werkloze jongeren

De premiekortingsregeling voor het aannemen van werkloze jongeren van 18 tot 27 jaar is  per 1 juli 2015 uitgebreid. U kunt al gebruikmaken van de premiekorting van € 3.500 per jaar als u een werkloze jongere een arbeidscontract aanbiedt voor minimaal 24 uur per week gedurende tenminste 6 maanden. Tot 1 juli 2015 kwam u pas in aanmerking voor de premiekorting als u een jongere in dienst nam voor minimaal 32 uur per week gedurende tenminste 6 maanden. De overige voorwaarden zijn ongewijzigd gebleven:

    • de werkloze jonger moet direct voorafgaand aan de arbeidscontract een WW- of bijstandsuitkering ontvangen;
    • u moet de jongere nog vóór 1 januari 2016 in dienst nemen;
    • u bent in het bezit van een doelgroepverklaring.

 

De werknemer kan de doelgroepverklaring aanvragen bij de uitkerende instantie. Met deze verklaring van het UWV (bij een WW-uitkering) of de gemeente (ingeval van een bijstandsuitkering) kunt u eenvoudig aantonen dat de werkloze jongere een uitkering ontving, voordat hij/zij bij u in dienst trad.

Voldoet u aan deze voorwaarden, dan ontvangt u de korting maximaal 2 jaar (totaal € 7.000) vanaf de indiensttreding van de jongere.

Transitievergoeding vervangt ontslagvergoeding

De ontslagvergoeding is vanaf 1 juli jl. een transitievergoeding geworden die u bij ontslag verschuldigd bent aan werknemers met een vast dienstverband, maar ook aan werknemers met een tijdelijk dienstverband van ten minste 24 maanden. De transitievergoeding bedraagt over de eerste 10 jaar 1/3 bruto maandsalaris per dienstjaar en over de volgende 10 jaar 1/2 bruto maandsalaris per dienstjaar. Er geldt een maximum van € 75.000 of (indien het jaarsalaris hoger is) een jaarsalaris. Hierop past u de groene tabel toe voor bijzondere beloningen.

Transitievergoeding voor kleine werkgevers

Bent u een kleine werkgever met gemiddeld minder dan 25 werknemers en verkeert uw bedrijf in zwaar weer? U kunt dan tot 1 januari 2020 gebruikmaken van een overgangsregeling bij de Wet werk en zekerheid als u na 1 juli 2015 werknemers moet ontslaan om bedrijfseconomische redenen. U betaalt dan een veel lagere transitievergoeding omdat bij de berekening van de hoogte van die vergoeding niet het hele arbeidsverleden van de ontslagen werknemer meetelt, maar slechts het arbeidsverleden vanaf 1 mei 2013.

Let op!

U moet uw slechte financiële situatie wel kunnen aantonen. Het is daardoor niet zo eenvoudig om voor de regeling in aanmerking te komen. Het UWV WERKbedrijf kan worden verzocht om uw slechte financiële situatie te bevestigen. U moet kunnen aantonen dat:

    • het nettoresultaat over de 3 voorafgaande boekjaren (voordat de arbeidsovereenkomst eindigt) kleiner is dan nul. Bestaat uw onderneming korter, dan vormt de kortere periode het referentiekader;
    • er sprake is van een negatief eigen vermogen;
    • De current ratio lager is dan 1 (dit getal drukt de liquiditeit van uw bedrijf uit in de mate waarin uit vlottende activa (voorraden, debiteuren etc.)
    • de kortlopende schulden kunnen worden betaald. Is dit getal lager dan 1, dan is uw bedrijf financieel niet gezond).

     

 

 

Laat een reactie achter

*
*